Treinstellen op affiches voor de Trans Europ Express

TEE-design

TEE Étoile du Nord English version

De Trans Europ Express vormt een legen­darische episode uit de naoorlogse Europese spoorweg­historie. Gezamenlijk gingen acht spoorweg­maatschappijen de con­currentie aan met het op­komende vliegverkeer. De moderne en snelle treinen met uitsluitend eersteklas zitplaatsen — met toeslag — waren vooral gericht op zakenreizigers. In 1957 verbond het TEE-netwerk 70 Europese steden. Twintig jaar later waren het er 130.

Niet alleen spoortechnisch was de TEE vernieuwend, maar ook wat betreft design. De opvallend vormgegeven treinstellen in de kleuren rood-crème droegen bij aan de legende. De herkenbare vormen van deze treinen waren erg geschikt om dienst te doen op affiches ter promotie van de TEE.

door Arjan den Boer

Ontstaan

Niet toevallig ontstond de TEE tegelijk met de EEG. De tijdgeest vroeg om Europese samenwerking.

Technisch bouwde de TEE voort op de gestroomlijnde dieseltreinstellen die al sinds de jaren '30 in opkomst waren. De elektrificatie was nog te versnipperd voor internationaal verkeer, dus kwamen er nieuwe TEE-dieseltreinstellen: Nederlands-Zwitsers, Frans en Duits. Ze staan alledrie op een affiche uit 1958 door Jan de Haan.

F.Q. den Hollander

Geestelijk vader van de TEE was F.Q. den Hollander, president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen. Hij introduceerde in 1953 het idee van een Europa Expresse, waaruit na overleg binnen de internationale spoorwegunie UIC de TEE ontstond.

Affiche TEE, 1958 | Jan de Haan (collectie Arjan den Boer)
RAm TEE I Edelweiss bij Dordrecht-Zuid, 1974 | Foto: Rob Schippers/feijenoordsemeesters.nl
SNCF RGP 825 als TEE Parsifal, Dortmund 1958 | Foto: Willi Marotz/Eisenbahnstiftung.de
DB VT 11.5 in Verkehrsmuseum Nürnberg, 2010 | Foto: Urmelbeauftragter/Wikimedia Commons CC-BY-SA
TEE Étoile du Nord op Amsterdam CS, 1961 | Foto: Fred ter Voort

TEE I "Edelweiss"

De Zwitserse en Nederlandse spoorwegen ontwikkelden samen een dieselelektrisch treinstel: de RAm TEE I, in Nederland DE 4 genoemd. Het bestond uit een motor­wagen, twee tussenrijtuigen voor 114 passagiers en een stuurstand­rijtuig.

De opvallende kop is ontworpen door industrieel vormgeefster Elsebeth van Blerkom (1919-2009). Zij ontwierp eerder trein­interieurs voor Werkspoor, fabrikant van de motor­wagens. Ze verdiepte zich in de aerodynamica met als resultaat een eivorm, opgebouwd uit enkel­gekromde vlakken.

De treinstellen reden in 1957 onder meer als TEE Edelweiss van Amsterdam naar Zürich en als TEE Étoile du Nord van Amsterdam naar Parijs.

Affiche Trans Europ Express, 1957 | Jan Rodrigo (coll. Arjan den Boer)
Brochure Trans Europ Express, 1957 | Collectie Han Timmer Binnenzijde TEE-brochure, 1957 | Collectie Han Timmer
Affiche TEE, 1960 | Jan de Haan (Van Sabben Poster Auctions)

Eerste affiches

In 1957 maakte de Utrechtse schilder en tekenaar Jan Rodrigo (1921-) het eerste TEE-affiche. Hij wist de snelheid en het internationale karakter goed te vatten. De scherpe 'neus' van het treinstel komt echter niet goed over, waardoor het wel een Hondekop lijkt. Een brochure bevat dezelfde illustratie met een betere kop.

Een affiche uit 1960 borduurt voort op Rodrigo wat betreft letters, kleuren en lijnen. Het TEE-treinstel is echter veel gedetailleerder weergegeven. Het affiche is gemaakt door Jan de Haan (1917-1975), die vanaf 1946 tot in de jaren '60 in dienst was als reclame­tekenaar bij de Nederlandse Spoorwegen.

Louky ter Voort op huwelijksreis naar Parijs per TEE, 1961 | Foto: Fred ter Voort
Affiche TEE Edelweiss, 1962 | Paul Funken (collectie Arjan den Boer)

Voorgangers

De legendarische treinen Edelweiss en Étoile du Nord bestonden al lang voor de TEE. Ze reden sinds de jaren '20 met luxe Pullman-rijtuigen van Wagons-Lits. Deze klassiekers werden in de jaren '50 vervangen door de moderne luxe van de TEE. Hetzelfde gebeurde enkele jaren later in Duitsland met de Rheingold.

België

De deelnemende spoorwegmaatschappijen verzorgden bij toerbeurt de publiciteit voor de Trans Europ Express. De Nederlandse Spoorwegen gaven als initiatiefnemer de aftrap. De Belgische spoorwegen kwamen in de jaren '60 aan bod.

Paul Funken (1932-) gaf in 1962 de TEE Edelweiss weer onder een besneeuwd Zwitsers bergmassief. Een enkeltje van Brussel naar Basel kostte volgens deze affiche 937 Belgische frank.

Een paar jaar later maakte de Frans-Belgische ontwerper André Pasture (1928-2006) misschien wel het mooiste TEE-affiche. Hij vatte de 'kop van Elsebeth van Blerkom' in enkele minimalistische vormen.

Affiche TEE Edelweiss, 1966 | André Pasture, NMBS
TEE Rhein-Main in het Rijndal | Foto: Reinhold Palm, DB

TEE "Saphir"

Ook de Duitse spoorwegen kwamen in 1957 met een nieuw dieseltreinstel: de VT 11.5. Deze trein met z'n grote ronde kop en 'big smile' wordt wel beschouwd als het vlaggenschip van het Duitse Wirtschaftswunder.

Deze trein reed onder meer als TEE Saphir van Frankfurt naar Oostende en als TEE Helvetia van Hamburg naar Zürich. Anders dan de Nederlands-Zwitserse stellen had de VT 11.5 twee motor­wagens. Ertussen bevonden zich een bar­rijtuig, een restauratie, een salon­rijtuig en twee coupé­rijtuigen.

Het ontwerp is van architect Klaus Flesche (1907-​1997), hoofd industrieel design bij machine­fabrikant MAN. Zijn werk, inclusief het TEE-treinstel, werd in 1964 getoond op de kunst-manifestatie documenta III.

Affiche Trans Europ Express, 1961 | Stiller, DB

Elegantie

Een affiche uit 1961 voor de Duitse TEE is gemaakt door Stiller, die in de periode 1950-60 als ontwerper voor de Bundesbahn werkte. Het VT 11.5-treinstel is direct herkenbaar aan vorm en kleur. Prominent gebruik van het TEE-beeldmerk wijst erop dat dit al na enkele jaren een grote bekendheid had.

Rijen woorden zijn zo rond de trein geplaatst dat ze snelheid suggereren. Boven staan de namen van 30 van de 90 steden die per TEE bereik­baar waren. Onder staan wervende woorden als snel, modieus en elegant.

Elegantie is ook wat reclamefoto's van personeel en passagiers uitstralen, die in de jaren '60 werden gemaakt door de PR-man en huisfotograaf van de Bundesbahn, Reinhold Palm (1913-1984).

TEE Rhein-Main met DB-hostessen in Koblenz, jaren '60 | Foto: Reinhold Palm, DB

Bij het instappen stonden DB-hostessen klaar om de passagiers onder hun hoede te nemen. Zij droegen het rode TEE-embleem op hun revers gespeld.

Aan boord van de VT 11.5 konden reizigers zich verpozen in het met hout en gebloemd textiel gedecoreerde barrijtuig. Ook de drankkaart droeg het TEE-logo.

Bar in VT 11.5, jaren '60 | Foto: Reinhold Palm, DB

België

België had geen eigen TEE-treinen, maar was met het netwerk verbonden door onder meer Duitse TEE's. De TEE Saphir reed naar Oostende en de TEE Parsifal reed via Luik naar Parijs en Hamburg.

Behalve in het Frans en Nederlands brachten de Belgische spoorwegen ook Engelse TEE-affiches uit in het Verenigd Koninkrijk met het oog op de aansluiting Dover-Oostende.

Affiche TEE Parsifal, 1962 | Arthal (Armand Moussiaux), NMBS

Tegenstelling

Het verschil tussen twee Belgische TEE-affiches, beide uit het jaar 1962 en met hetzelfde treinstel erop, kon niet groter zijn.

Armand Moussiaux (1899-​1978), die na z'n pensioen als reclame-ontwerper bij de NMBS affiches bleef maken onder het pseudoniem Arthal, was van oorsprong landschaps­schilder. Zijn affiche heeft een een schilderachtig-realistische stijl.

Paul Funken daarentegen was opgeleid als architect. Zijn affiche is sterk ge­abstraheerd en kent een opvallend fris kleurgebruik. Funken gaf onderaan de beoogde passagiers weer, met speelse pennenstreken als gezicht. Net als op het TEE-affiche van De Haan uit 1958 (p.2) zien we een dame met lipstick en een heer met een hoed.

Affiche TEE Saphir, 1962 | Paul Funken, NMBS
TEE Cisalpin in Lausanne (links TEE Rheingold), 1973 | Foto: Jean Vernet

TEE II "Cisalpin"

In 1961 kwam een nieuwe Zwitserse treinstel­serie gereed, de RAe TEE II. Het was de eerste elektrische TEE-trein. De innovatieve treinstellen konden als eerste omgaan met de verschillende stroomsystemen in West-Europa.

De vijfwagenstellen reden onder meer als TEE Cisalpin van Parijs naar Milaan via de Simplon­tunnel. Ze deden daar­naast dienst als TEE Gottardo van Basel naar Milaan via de Gotthard­tunnel. In de jaren '70 reden ze ook als TEE Edelweiss naar Amsterdam.

Het uiterlijk van de RAe TEE II week niet veel af van de TEE-dieseltreinstellen van de Franse en Italiaanse spoorwegen. Ondanks het ontbreken van een uitgesproken 'neus' waren ook deze treinen in TEE-kleuren zeer herkenbaar.

Affiche TEE Paris-Milan, ca. 1961 | Kurt Wirth, SBB

Snelheid

Een fraai affiche voor de TEE Cisalpin werd rond 1961 gemaakt door Kurt Wirth (1917-1996). Naast zijn werk als abstract schilder ontwierp hij affiches voor Swissair en de Zwitserse spoorwegen.

Zijn affiche geeft de snelheid van de TEE weer door middel van 'nabeelden' van de kop van de RAe TEE II, als drie frames uit een film. Een stroomafnemer mocht niet ontbreken om de elektrische tractie te benadrukken.

De typografie is in het strakke lettertype Helvetica, in 1957 ontworpen door Max Medinger. Het werd in korte tijd hét symbool van de Swiss Style.

De letter Helvetica zien we ook op een anoniem affiche uit 1965, uitgebracht ter gelegenheid van de aansluiting van Bern op het TEE-netwerk. Het gebruik van foto's was sterk in opkomst op Zwitserse affiches, maar de ronde vorm is ongebruikelijk.

Affiche TEE 110 steden/Bern, ca. 1965 | Ontwerper onbekend, SBB
TEE L'Oiseau Bleu in Brussel Midi, 1979 | Foto: Steve Morgan/Wikimedia Commons CC-BY-SA

Inox

Vanaf 1964 schakelden de Franse spoorwegen over op getrokken rijtuigen voor de TEE-dienst. De gevorderde elektrificatie maakte sneller rijden mogelijk dan met diesel­treinstellen. In navolging van de Franse lange­afstands­trein Mistral kreeg het traject Parijs-Brussel-Amsterdam Inox-rijtuigen. Deze waren van roestvrijstaal, in het Frans acier inoxydable. Het ontwerp was gebaseerd op Amerikaanse streamliners.

Tegelijk met de rijtuigen verscheen een nieuwe elektrische locomotief, de CC 40100. Deze was quadri-courant: hij kon rijden op vier stroomsystemen, die per land verschilden. Dergelijke locs met Inox-rijtuigen bleven tot het eind toe beeld­bepalend voor TEE-treinen als de Étoile du Nord.

Affiche TEE loc CC 40100, 1964 | Albert Brenet (coll. Arjan den Boer)

Kracht

De Franse schilder Albert Brenet (1903-2005) wist de brute kracht van de nieuwe CC 40100 overtuigend te vatten op een affiche. Brenet werkte vaker voor de Franse spoor­wegen en voor luchtvaart­maatschap­pijen, maar was vooral marine­schilder. Ken­merkend voor zijn stijl is de afwisseling van bijna-foto­realisme met schets­matige penseel­streken.

Totaal anders zijn de Belgische affiches van André Pasture. Hij was een aanhanger van de minima­listische Swiss Style zoals te zien is op zijn affiche met Inox-rijtuigen uit 1968. De roest­vrijstalen ribbels, de rode band met de letters Trans Europ Express en de draden van de bovenleiding versimpelde hij tot enkele strakke lijnen.

Affiche TEE Brussel-Parijs, 1968 | André Pasture, NMBS
TEE Mistral in de Rhônevallei | Foto: SNCF.CAV/Trains-WorldExpresses

Boordkapper

TEE-treinen met Inox-rijtuigen bestonden uit coupé- en salonrijtuigen, een barrijtuig en een keukenrijtuig, waaruit maaltijden op de zitplaatsen werden geserveerd. De Mistral had bovendien een bijzondere service aan boord: een kapsalon, ondergebracht in het barrijtuig.

Kapsalon in de Mistral, 1969 | Foto: Pilloux/Photorail

Mistral

Halverwege de jaren '60 werd het internationale criterium losgelaten voor de TEE. Ook binnenlandse langeafstands­treinen werden aan het TEE-net toegevoegd. De bekendste daarvan was de Mistral, die sinds 1950 Parijs met Marseille en Nice verbond. Het was tot aan de TGV de snelste trein van Europa met een gemiddelde van bijna 130 km/uur.

In 1969 kreeg de Mistral nieuwe Inox-rijtuigen, die nog comfortabeler waren dan eerdere varianten. De productieve Franse ontwerper Philippe Foré (1927-) maakte een affiche voor de nieuwe Mistral. Nog beter dan Pasture slaagde hij erin de essentie van de Inox-rijtuigen weer te geven. Z'n typografie was echter veel speelser dan die van zijn 'strenge' Belgische collega.

Affiche voor de nieuwe Mistral, 1969 | Philippe Foré (collectie Arjan den Boer)
Affiche Trans Europ Express, 1977 | Guy Georget, SNCF

Neergang

Het TEE-netwerk bereikte rond 1975 z'n grootste omvang. Een paar jaar later begon de neergang. De Duitse spoorwegen zetten in 1979 een aantal TEE's om in Intercity's met twee klassen; andere landen volgden. In 1987 werden de meeste TEE's vervangen door EuroCity-treinen met twee klassen.

Het vliegverkeer nam toe en werd goedkoper. De TEE was in ver­houding te duur; Intercity's met de keuze tussen twee klassen sloegen beter aan. Tegelijkertijd kwamen de hogesnelheids­treinen op, als eerste de Franse TGV in 1981 en vanaf 1985 de Duitse ICE. Deze bouwden in veel opzichten voort op de TEE, maar de 'fout' om alleen eerste klasse aan te bieden werd niet meer gemaakt.

Stichting TEE

In 1974 werden de Zwitsers-Nederlandse dieseltreinstellen van de TEE Edelweiss uit dienst genomen. Er werd voortaan elektrisch gereden. De treinstellen werden verkocht aan een Canadese spoorweg­maatschappij. Die schafte ze in 1996 af. Een groep enthousiastelingen haalde vijf rijtuigen terug naar Europa, waaronder twee stuurstandrijtuigen. De motorwagens waren inmiddels gesloopt.

De Stichting Trans Europ Express Nederland zet zich in om de treinen op te knappen. Voorlopig staan ze geparkeerd nabij Amsterdam Centraal, goed zichtbaar vanuit de trein.

TEE-stuurstandwagen, deels weer in oorspronkelijke kleuren, Amsterdam 2007 | Foto: Nico Spilt

TEE-design — Treinstellen op affiches voor de Trans Europ Express

kaart

Met dank aan Udo Boersma, Roel ter Voort, Nico Spilt, Han Timmer en Jean Vernet.


Gerelateerde afleveringen:

Literatuur

Pieter Neirinckx, Affiches op het spoor, spoorwegaffiches in België 1833-1985, Tielt 2006.

Elisabeth Palm-Baumann und Konrad Hierl, Die Frühe Bundesbahn - Eindrucksvolle Farb-Fotografien von Reinhold Palm. Stuttgart 1989.

André Papazian, Faszination TEE, Stuttgart 2011.

Heleen Vieveen en Henk Sijsling, Treindesign. De ontwikkeling van spoorwegmaterieel in Nederland. Amsterdam 1989.

Online bronnen

Documentatie van Beeldende Kunst in Utrecht

Historisches Lexikon der Schweiz

Rixke Rail's Archives/Het Spoor nov. 1959

Wikipedia: