DDR-spoorwegaffiches
Eisenbahnen
in Volkes Hand
English version
Al was er geen concurrentie in het socialistische systeem, dat betekende niet dat de Duitse Democratische Republiek (DDR) geen reclame kende. Er was uiteraard veel politieke propaganda, maar er hingen ook affiches voor concerten, tentoonstellingen en films. Kunst en cultuur kregen de meeste inhoudelijke en artistieke vrijheid. Ook productreclames ontbraken niet. Die dienden vooral om een gunstige indruk over de staat van het land te wekken, zelfs al waren de producten slecht leverbaar en was de keuze beperkt.
Ook voor de spoorwegen van de Deutsche Reichsbahn (DR) werd reclame gemaakt, bijvoorbeeld voor nieuwe dienstregelingen, kortingen, personeelswerving of toerisme. Ook hier wekten affiches vooral de illusie dat er veel te kiezen viel. Buitenlandse bestemmingen waren beperkt: de meeste mensen mochten alleen binnen het Oostblok reizen. De DDR zag wel graag westerse transito-reizigers komen omdat zij deviezen binnenbrachten. De ontwerpstijl van de spooraffiches deed niet onder voor die in het Westen.
Eerste decennium
Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland (en ook Berlijn) verdeeld in geallieerde bezettingszones. Uit de Franse, Britse en Amerikaanse sectoren ontstond in 1949 de Bondsrepubliek Duitsland, waar de spoorwegen verder ging onder de nieuwe naam Deutsche Bundesbahn (DB). In de Sovjet-sector werd datzelfde jaar de Duitse Democratische Republiek (DDR) opgericht. Daar bleven de spoorwegen de vooroorlogse naam Deutsche Reichsbahn (DR) dragen. Bij het Akkoord van Potsdam hadden de geallieerden het treinverkeer in heel Berlijn opgedragen aan de Deutsche Reichsbahn (DR), dus ook in West-Berlijn.
In 1955 herdacht een affiche tien jaar spoorwegen 'in arbeiders- en boerenhand', zoals het in socialistisch jargon heette. Kennelijk rekende men vanaf 1945 en niet vanaf het DDR-begin. Een man en vrouw in spoorweguniform staan tegen een achtergrond met Duitse vlag en een emplacement vol treinen. Daaronder een vooroorlogs gestroomlijnd dieseltreinstel, maar ook een nieuwe Doppelstockzug (dubbeldekker). Die werden gemaakt bij Waggonbau Görlitz, inmiddels een Volkseigener Betrieb (VEB) oftewel een staatsbedrijf.
Elke tweede zondag in juni werd de Tag des deutschen Eisenbahners gevierd om het spoorwegpersoneel te eren. Tientallen 'Verdiente Eisenbahner der DDR' kregen dan een medaille. Diezelfde maand waren er overigens ook dagen voor leraren, bouwarbeiders en waterwerkers, dus bijna iedereen kwam aan de beurt. Op het affiche uit 1955 staan trotse spoorwegbeambten met een bos bloemen en op de achtergrond de 500e stoomlocomotief van de Deutsche Reichsbahn (DR).
Beide affiches werden gemaakt in de socialistisch-realistische stijl van de Stalin-periode door de kunstenaar Schöber, over wie verder niets bekend is. Wel zou hij (of zij) decennialang affiches blijven maken voor de Tag des Eisenbahners en zijn stijl daarbij telkens aanpassen aan de tijdgeest. Het socialistisch realisme was tegen 1960 voorbij en daarna sloten de ontwerpstijlen aan bij wereldwijde trends.
Toerisme
'Iedere werkende heeft recht op ontspanning en een jaarlijkse betaalde vakantie', stond in de DDR-grondwet. Vakantie mocht geen privilege zijn en moest bijdragen aan de gemeenschapszin. Arbeiders ontvingen vakantiecheques en de Feriendienst van de verplichte vakbond Freier Deutscher Gewerkschaftsbund (FDGB) regelde reizen naar gesubsidieerde gasthuizen, vakantiekampen, campings, bungalows, hotels en zelfs kuuroorden. Buitenlandse bestemmingen waren echter beperkt tot landen als Polen en Tsjecho-Slowakije (en met een reisvergunning Roemenië en Bulgarije). Daarom was binnenlands toerisme belangrijk. Vaak reisde men per trein, want voor auto's was een wachtlijst.
Populaire bestemmingen waren de Oostzee-eilanden Rügen en Usedom en in het binnenland de Harz, het Thüringer Woud en zeker ook Sächsische Schweiz, het gebied tussen Dresden en de Tsjecho-Slowaakse grens. De Reichsbahndirektion Cottbus bracht een horizontaal affiche uit waarop een trein tussen de rivier Elbe en de zandsteenrotsen rijdt (in het witte vakje kon de dienstregeling worden gedrukt). 'Ostseetourismus' werd gestimuleerd met een affiche van een badgast die een kaart ophoudt met kustplaatsen waar een pendeldienst heen ging vanaf de treinstations.
Ook wintersporten moesten de Oost-Duitsers vooral in eigen land doen, terwijl voor steeds meer West-Europeanen skiën in de Alpen bereikbaar werd. Het affiche 'Bahn frei!' uit 1971 gaf aan dat de zondagskorting in de periode december-maart ook geldig was op lange treinritten van en naar wintersportoorden. Genoemd werden onder andere Schöneck (Vogtland), Buckow (Märkische Schweiz), Stolberg (Harz) en Altenberg (Ertsgebergte). Die laatste plaats ligt op 750 meter hoogte.
Pionier-Express
De meeste Oost-Duitse kinderen waren lid van de pioniersorganisatie Ernst Thälmann, de jeugdbeweging van de DDR (genoemd naar een vooroorlogse communist). Ze legden allerlei mooie beloftes van vrede en vriendschap af, zongen, dansten, speelden, sportten en knutselden. Ook deden de kinderen goede daden zoals bomen planten en oud metaal inzamelen. In 1959 werd een speciale Schienenbus (railbus) betaald met de opbrengst van hun afvalinzameling. Het was een prototype van de VT 2.09, gemaakt door VEB Waggonbau Bautzen.
De Schienenbus was ontworpen voor kleinschalig personenvervoer op secundaire spoorlijnen, maar deze werd door Jonge Pioniers gebruikt om het land te doorkruisen en hun boodschap te verspreiden. Op elk station waren kaartjes verkrijgbaar, prijs: één goede daad. 'Niemand is te klein om te strijden voor het behoud van de vrede', riep minister-president Otto Grotewohl de pioniers bij de ingebruikname toe. Het affiche van de Deutsche Reichsbahn (DR) in samenwerking met het pioniersblad Fröhlich sein und singen was gemaakt door striptekenaar Günter Hain.
Mitropa
Net als Duitsland zelf en de Reichsbahn werd het slaap- en restauratiewagenbedrijf Mitropa na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld. Dit was sinds 1916 de Duitse tegenhanger van Wagons-Lits. In West-Duitsland werd Mitropa voortgezet als Deutsche Schlafwagen- und Speisewagen Gesellschaft (DSG). De DDR handhaafde de naam Mitropa en ook het oude logo, al werd de adelaarskop verwijderd om connotaties met de nazitijd te vermijden. Mitropa AG bleef een van de weinige aandelenvennootschappen in Oost-Duitsland. In 1954 regelde een overeenkomst het interzone-verkeer tussen de Reichsbahn, Bundesbahn, Mitropa en DSG, wat redelijk functioneerde. Het affiche 'Sicher Schnell Bequem' uit circa 1955 laat zien dat er Mitropa-rijtuigen reden tot aan Warschau, Praag en Boekarest, maar ook naar Keulen, München en het Zweedse Malmö.
Naast slaap- en restauratierijtuigen exploiteerde Mitropa in de DDR ook stationsrestauraties en buffetten op veerboten. In de jaren zestig volgden wegrestaurants, tankstation-kiosken en ook hotels, zoals op station Meissen, het luchthavenhotel Berlin-Schönefeld en het Rügen Hotel in Sassnitz aan de Oostzee. Deze hotels zijn zichtbaar als bagagelabels op een Mitropa-affiche met een gestileerde koffer. In 1971 opende het bedrijf het eerste motel aan de snelweg bij Neubrandenburg.
Slaaprijtuigen bleven een kernactiviteit. Omstreeks 1980 adverteerde Mitropa voor bedtickets met 'Die bequemste Art zu reisen' op een verder sober affiche met een rood-wit kleurvlak. Misschien stond dat voor een omgeslagen deken en laken.
Paradepaard
De Deutsche Reichsbahn (DR) in de DDR kende in z'n 40-jarige bestaan eigenlijk maar één paradepaard. Het treinstel VT 18.16 was het Oost-Duitse antwoord op de snelle en luxe Trans Europ Express (TEE) in West-Europa. Het ontwerp moest voldoen aan 'internationale standaarden' van techniek en comfort, wat impliciet aangaf dat die niet golden voor de andere DDR-treinen. Gebouwd door VEB Waggonbau Görlitz, was de vormgeving van architect en industrieel ontwerper Hans Gutheil. Dankzij twee dieselmotoren met turbo werd 160 kilometer per uur gehaald.
Het prototype VT 18.16 01 werd in 1963 gepresenteerd op de Leipziger Messe. De neus was met ronde vormen beschilderd, wat erg leek op het West-Duitse TEE-treinstel VT 11.5. De uiteindelijke serie zou een strakker livrei krijgen. Een affiche met daarop het prototype verscheen in 1966 ter gelegenheid van 20 jaar SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands), de almachtige partij. Dit affiche had dus een propagandafunctie: de technische vooruitgang van de DDR tonen.
In 1965 begon de inzet van VT 18.16 als 'Neptune' tussen Berlijn en Kopenhagen, gevolgd door de 'Vindobona' via Praag naar Wenen, en de 'Karlex' naar Karlsbad in Tsjecho-Slowakije. Vanaf 1968 reed de VT 18.16 ook als 'Berlinaren' naar het Zweedse Malmö, via de spoorveerverbinding Sassnitz–Trelleborg. Behalve bevriende Oostblokstaten deed de trein dus ook Denemarken, Zweden en Oostenrijk aan. Deze verbindingen werden vooral gebruikt door West-Berlijners, het zogenaamde transitoverkeer dat welkome deviezen binnenbracht.
In 1972 kwam het nieuwe schip 'Rügen' in de vaart tussen Sassnitz en Trelleborg, voorzien van vier sporen met een gezamenlijk lengte van 480 meter. Zo konden er langere treinen mee dan voorheen. Een DR-affiche laat een scheepsdoorsnede zien met de VT 18.16 in het ruim. Op de achtergrond schemert het 17e-eeuwse Zweedse oorlogsschip Vasa, dat in 1961 was geborgen. Het opschrift luidde: 'Moderne Technik auf bewärthem [bewezen] Kurs'.
Sinds 1969 werd het treinstel ook binnenlands ingezet: tussen Berlijn en Leipzig. Deze rit duurde 108 minuten, sneller dan de huidige ICE-verbinding! In 1975 verscheen het affiche 'In kurzer Zeit meilenweit' (in korte tijd mijlenver), met een treinsilhouet en gekleurde routepijlen tegen een blauwe achtergrond. Het minimalistische ontwerp laat zien dat het DDR-design niet achterbleef bij internationale ontwikkelingen.
Eisenbahner
Paradepaard VT 18.16 stond in 1974 ook op een affiche voor personeelswerving, om te laten zien dat de Oost-Duitse spoorwegen 'zukunftsorientiert' waren, naast interessant en veelzijdig. Het treinstel stond er extra snel en gestroomlijnd op afgebeeld, naast een langzame goederentrein. 'Dein Beruf bei der Deutschen Reichsbahn' was een veelgebruikte slogan op affiches en in brochures. Zo zochten de spoorwegen niet alleen conducteurs, machinisten en lokettisten, maar ook spoorbouwers, lossers en elektrotechnici.
Nog altijd werden de spoorwegmedewerkers jaarlijks in het zonnetje gezet op de Tag des Eisenbahners. Op het affiche van 1973 stond: 'Wir begrüßen die friedliebende Jugend der Welt'. Dat jaar viel de eredag namelijk tijdens de Weltfestspiele der Jugend und Studenten, een sportevenement met 25.000 deelnemers uit 140 vooral 'linkse' landen. Ontwerper Schöber koos op het affiche de 368 meter hoge televisietoren als symbool voor het moderne Oost-Berlijn. De Fernsehturm uit 1969 was in korte tijd een icoon geworden dat op veel posters, postzegels, logo's en flyers stond. Op de voorgrond passeert een trein met de diesellocomotief V 180 (Baureihe 118).
Mit der Eisenbahn reisen
In 1969 verscheen een serie van vier DR-affiches over 'Mit der Eisenbahn reisen' met daarop telkens een treinstoel tegen een witte achtergrond. Zoals een eersteklas zetel met daarop een kussentje waar 'bon voyage' op is geborduurd. De tekst van dit affiche luidt: 'Die gewohnte Bequemlichkeit mitnehmen' oftewel: neem het vertrouwde comfort mee. Alleen een kamerplant ontbreekt nog.
Op een andere treinstoel staat een dienblad met servies van Mitropa: een koffiekan, koffiekop en een glazen. De tekst van dit affiche houdt verder weinig verband met de voorstelling: treinreizen is 'Unabhängig vom Wetter' (weersonafhankelijk). Bovenaan zijn wel geabstraheerde regendruppels en sneeuwkristallen weergegeven. Deze affiches zijn van anonieme ontwerpers, wellicht verzorgd door DEWAG (Deutsche Werbe- und Anzeigengesellschaft), een partijbedrijf van de SED.
Collectief Grumm-Päsler
Veel DDR-spoorwegaffiches werden in de jaren zestig en zeventig ontworpen door het Berlijnse ontwerperscollectief Bartel-Grumm-Päsler. Zij maakten ook boekbanden, illustraties en filmaffiches. Leden waren Walter Bartel, Eugen Päsler en het echtpaar Helmut en Christa Grumm. In 1968 werd Walter Bartel ziek en vier jaar later trad ook Eugen Päsler uit het collectief, dat zo een steeds kortere naam kreeg: Grumm-Päsler en uiteindelijk Grumm, al zaten daar dus twee ontwerpers achter.
Wat opvalt is hun gebruik van humor en de veelzijdige stijl. In 1971 maakte(n) Grumm-Päsler zowel een affiche voor de komende zomerdienstregeling met eenvoudige vormen en egale kleuren, als een affiche over korting voor ouders met drie of meer kinderen. Dat was vormgegeven als een kindertekening, inclusief de opschriften. In beide gevallen was dezelfde diesellocomotief afgebeeld, zij het in een andere tekenstijl: de rood-lichtgele V 180 (Baureihe 118).
Het vooraanzicht van die locomotief kwam in 1974 terug op een affiche van Helmut en Christa Grumm. 'Sonntags Rückfahrkarten' gaven eenderde korting op zondagse treinreizen tot 100 kilometer. Het affiche suggereerde bezoekjes aan interessante steden, concerten of het theater en aan de natuur. Eugen Päsler was ondertussen zelfstandig doorgegaan en maakte een affiche voor bejaardenkorting (Rentner Reisen). Het was gemaakt van op textiel genaaid vilt, wol en kant met een regenboog als kleurrijk motief. Deze ontwerpen doen niet onder voor spoorwegaffiches uit West-Europa in deze jaren.