Simpele elegantie

Spoorwegaffiches van Leo Marfurt en Tom Purvis

RETOURS spoorweg­historie, vormgeving en fotografie
Detail poster Flying Scotsman, 1929 | Leo Marfurt English version

Kort voor 1930 verschenen in zowel Engeland als België spoorwegaffiches met aantrekkelijke reis- en recreatietaferelen, opgebouwd uit gestileerde vormen en egale kleurvlakken. Er waren veel overeenkomsten tussen deze affiches van Tom Purvis en Leo Marfurt. Ze kenden elkaars werk, maar het is onbekend of ze elkaar bewust hebben beïnvloed.

Misschien stuurde de tijdgeest, de late Art Deco, beide ontwerpers in dezelfde richting. Waar Marfurt passagiers op perrons afbeeldde, toonde Purvis de recreatieve activiteiten op hun reisbestemming, zoals de Engelse East Coast. Beiden slaagden erin de kleding- en haarmode van eind jaren 20 treffend te vatten in tweedimensionale vlakken.

door

Leo Marfurt

In 1928 hingen er twee opvallend kleurrijke affiches op de Belgische stations. Een daarvan maakte reclame voor de ferrydienst Oostende-Dover, een overtocht van 3 uur met turbineschepen. Deze boden op het station Oostende-Kaai een optimale aansluiting op treinen van en naar heel Europa.

Het schijnbaar eenvoudige beeld bestaat uit sterk gestileerde vormen zonder dieptewerking. De gebruikte kleuren zijn fris en fel en kennen geen gradaties. De modieuze passagiers zijn, op de rug gezien, als silhouetten afgebeeld. De overstap van trein op boot wordt als bijzonder vloeiend voorgesteld; dienstbaar personeel is overvloedig aanwezig. De zwarte contouren van de treindeur en de boeg van het schip gaan naadloos in elkaar over.

Het ontwerp was van Leo Marfurt, een Zwitser die sinds enkele jaren in België werkte en doorbrak als vernieuwer van het Belgische affiche, te vergelijken met Cassandre in Frankrijk. Beiden wilden met een minimum aan middelen een maximaal effect bereiken.

Marfurt maakte in 1928 ook het affiche Les Grandes Communications (Nederlandse versie: De Groote Verkeerswegen) voor de Belgische spoorwegen. Het maakte duidelijk hoeveel internationale treinen er in België begonnen, vooral in Oostende.

De bovenste helft laat met kleurvlakken en silhouetten de hectiek rond het vertrek zien van de trein uit Oostende naar Stamboul (Istanbul). Ondanks de eenvoudige vormen zijn er leuke details zichtbaar: een lectuurwagentje, een bagagekruier en elegant geklede passagiers die op elkaar wachten of afscheid nemen, hun sjaals wapperend in de Oostendse zeewind. Op hun gezichten zijn details zoals ogen en mond weggelaten.

De schematische routekaart met lijnen in verschillende kleuren doet denken aan metrokaarten zoals de Londense tube map. Bij de lijnen staan namen van internationale treinen zoals de Ostende-Wien-Orient-Express van Wagons-Lits. De Belgische spoorwegen boden in de zomerperiode daarnaast eigen rijtuigen naar Istanbul, die in Keulen gekoppeld werden aan een trein naar Wenen en verder. Wellicht is een van deze afgebeeld op het affiche.

In talrijke statiën van ons land hangt een modern affiche, aantoonende een wagon eerste klas met opschrift Oostende-Stamboul. Reizigers stappen op; aan de kleedij en houding der figuren kan men goed uitmaken dat ze moderne reizigers zijn. Daarmede zijn onze lezers, die het affiche nog niet zagen nog maar den helft op de hoogte van heel de beteekenis van dien fameuzen plakbrief, uitgegeven door de Belgische spoorwegen.

Onderaan de teekening, hierboven uitgelegd, prijkt ook eene landkaart. Wij zien daarop Parijs, Amsterdam, Londen, Genève, Bukarest, Riga, Warschau, Constantinopel, enz., enz. Voor wat de Belgische steden aangaat (het affiche gaat toch uit van eene Belgische maatschappij) daar vinden wij op: Brussel, Antwerpen, Luik, Oostende en Namen. Van de vierde stad van België, de tweede havenstad is er geen spoor te vinden.

Een Gentenaar, Mercure Handelsblad, december 1928
Affiche Flying Scotsman, 1929 | Leo Marfurt (Kon. Musea voor Schone Kunsten van België)

Nadat hij de ontwerpwedstrijd won voor het affiche van de Wereldexpo 1930 in Antwerpen — en wellicht ook door de Engelse versie van het Oostende-Dover-affiche — trok Marfurt de aandacht in Groot-Brittannië. De Britse spoorwegmaatschappij LNER gaf Marfurt de opdracht tot een affiche voor hun paradepaardje: de Flying Scotsman. Deze snelle trein van Londen naar Edinburgh met restaurant, bar en kapsalon richtte zich op een welgesteld publiek. Marfurt maakte een uniek affiche, misschien wel zijn beste ontwerp ooit.

Het motief was vergelijkbaar met de eerdere perronscène in Oostende: de opgewonden drukte vlak voor vertrek. Hoewel eveneens opgebouwd uit platte kleurvlakken, was de uitwerking heel anders. Geïnspireerd door het kubisme en futurisme — kunststromingen die Marfurt tijdens zijn opleiding en reizen had bestudeerd — ontleedde hij de figuren tot geometrische vormen.

Ook combineerde Marfurt voor- en zijaanzichten in één beeld, zoals bijvoorbeeld Picasso dat had gedaan. Parallelle diagonale lijnen — waaronder een lichtbundel — zorgden voor een ritmisch resultaat.

Het dynamische affiche werd goed ontvangen. In 1929 hing het op een tentoonstelling van 100(!) nieuwe LNER-affiches in de Londense New Burlington Galleries. Recensenten uit binnen- en buitenland noemden Marfurts Flying Scotsman een van de hoogtepunten, waaronder de Nederlandse ontwerper Machiel Wilmink in het blad De Reclame. De bekende Britse affichekunstenaar Tom Purvis, ook werkzaam voor de LNER, nam het ontwerp op in zijn jaaroverzicht A review of poster advertising in 1929.

Tom Purvis

De London and North Eastern Railway (LNER) ontstond in 1923 uit de samenvoeging van spoorweg­maatschappijen aan de Britse oostkust. Het bedrijf had als een van de eerste een weloverwogen 'corporate identity'. De eigen art director, William Teasdale, ontwikkelde de 'LNER Look'. Die omvatte onder meer het logo, het eigen lettertype Gill Sans en vaste formules voor slogans en de verhouding tekst-beeld.

In 1927 sloot de LNER een exclusief contract met 5 affiche-ontwerpers. Ze kregen regelmatige opdrachten en royale vergoedingen, maar mochten niet voor andere spoorwegmaatschappijen werken. Zo werd de LNER-look veiliggesteld. Er was een taakverdeling; zo specialiseerde Fred Taylor zich in historische steden en Tom Purvis in vakantiebestemmingen. Taylor werd het meest gewaardeerd door het publiek, maar Purvis door vakgenoten.

De LNER adverteerde met de bestemming, niet met de reis. Purvis beeldde geen treinen af maar vakantieoorden en vrijetijdsbesteding. Sport was het thema op affiches voor het Schotse golfresort Cruden Bay en het Engelse kuuroord Harrogate, waar jonge mensen — uitgespaard op het witte papier — tennisten in het park. Purvis wist daarbij de kledingmode goed te treffen; behalve voor de LNER werkte hij ook voor modemerk Austin Reed.

Purvis specialiseerde zich in het weglaten. Door alles terug te brengen tot simpele silhouetten in intense kleuren ontstonden levendige mozaïeken. Zijn krachtige stijl was ideaal voor affiches: zichtbaar van ver en direct te begrijpen. Achter de eenvoud van Purvis' ontwerpen school echter een grote grafische vaardigheid en een verfijnd gevoel voor proportie.

It is the work of the professional poster artist that is of more importance than occasional excursions by famous painters into the realm of decorative illustration. And of living poster designers none are better qualified than the specialists enrolled by the LNER: Tom Purvis, Austin Cooper, Fred Taylor, Frank Mason, and Frank Newbould — the "Big Five" of the poster world.

Tom Purvis is probably the boldest and most original of the group, and for this reason the ideal poster artist. He understands the value of elimination and of reducing every subject to its simplest forms, and bare essentials. His effective flat patterns explain themselves in a flash.

Paul George Konody, The Observer, 17 maart 1929

De LNER heeft met haar reclame het toerisme aan de Engelse oostkust deels uitgevonden. Met het motto The drier side of Britain en affiches in mediterrane kleuren werd verbloemd dat het aan de stranden van Essex, Suffolk, Lincolnshire, Yorkshire en Northumberland niet alleen het droogst maar ook het koudst was.

Tom Purvis heeft het beeld van de East Coast mede bepaald. Hij ontwierp diverse affiches, waaronder eentje van een kind met hond aan het strand die hij The Bath of Psyche noemde naar het schilderij van Frederic Leighton. Daarmee gaf hij aan dat hij goede reclameontwerpen even belangrijk vond als kunst.

Hij maakte ook een unieke set van zes affiches, zowel los als naast elkaar te gebruiken, al dan niet een doorlopend landschap vormend. Eerder had de LNER al affiches van dezelfde ontwerper naast elkaar gehangen op stations, maar Purvis bracht dit concept op een hoger plan. Los of aaneengesloten toonde de serie East Coast Joys (1931) in een ontspannen stijl wat je allemaal kon doen aan de kust: wandelen, zonnebaden, zandkastelen bouwen, zwemmen, vissen en watersporten.

Vervolg

Voor zowel Tom Purvis als Leo Marfurt waren de tweedimensionale kleurvlakken zonder detaillering een voorbijgaande fase, ongetwijfeld onder invloed van ontwerpmodes. Van Marfurt waren de drie spoorwegaffiches de enige in strikt 'platte' stijl. Simpele vormen en opvallende kleuren bleven voor hem wel belangrijk. Na enkele ontwerpen met donkere achtergrond en dunne witte lijnen volgden weer kleurrijke affiches, nu echter met schaduwwerking en subtiele kleurverlopen, zoals op het affiche voor de Belgische kust (1938).

Purvis paste het 'platte' principe toe tot ongeveer 1935, maar niet meer op al zijn affiches. Langzaam kwamen er weer meer details in zijn ontwerpen, zoals gezichten en schaduwpartijen, nog wel als bijna egale kleurvlakken, maar toch diepte suggererend. Het fraaie Coronation-affiche uit 1937 heeft juist een sterke perspectiefwerking. Het gebruik van krachtige lijnen en heldere kleuren bleef.